Fiche 3.5. De vakbondsafvaardiging.

De vakbondsafvaardiging vertegenwoordigt de werknemers van de organisatie bij de werkgever.

Klik hier voor Fiche 3.5. in PDF

Rechtsgrond

In tegenstelling tot de ondernemingsraad (OR) en het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) is de oprichting van een vakbondsafvaardiging (VA) niet bij wet geregeld, maar door een interprofessionele collectieve arbeidsovereenkomst (cao) afgesloten door de Nationale Arbeidsraad : cao nr. 5. [1] De voorwaarden om een vakbondsafvaardiging op te richten verschillen dus van het ene paritair comité tegen het andere.
In de non-profitsector hebben de meeste paritaire (sub)comités (PSC) een cao ondertekend over de oprichting van een vakbondsafvaardiging (cf. hieronder : tabel met cao’s). Wanneer een organisatie geen OR of CPBW heeft, worden een aantal bevoegdheden uit de welzijnswet toegekend aan de vakbondsafvaardiging.

Kenmerken van cao nr. 5

• Het is een kaderovereenkomst : cao nr. 5 bepaalt alleen de basisbeginselen in verband met de bevoegdheden en de werkingsmodaliteiten van vakbondsafvaardigingen. Andere uitvoeringsmodaliteiten (over de oprichting en samenstelling) worden bepaald op sectorniveau of op bedrijfs- of organisatieniveau.
• Cao nr.5 werd nooit verplicht gemaakt door een koninklijk besluit. De bepalingen ervan zijn bijgevolg enkel bindend voor de werkgevers die lid zijn van de werkgeversorganisaties die ze afgesloten [2]
hebben en hun werknemers.
De meeste sectorale overeenkomsten (ondertekend in PSC) zijn, in tegenstelling tot cao nr. 5, verplicht gemaakt. Het is overigens altijd mogelijk om een ondernemingscao (of verenigingscao) af te sluiten : bij gebrek aan een sectorale cao of om de modaliteiten daarvan aan te vullen en te verduidelijken.

De samenstelling van de vakbondsafvaardiging

De vakbondsafgevaardigden worden door de vakbondsorganisaties aangeduid of verkozen onder de werknemers van het bedrijf om het personeel dat bij een vakbond aangesloten is te vertegenwoordigen. Die vertegenwoordiging kan door een in het PSC gesloten overeenkomst uitgebreid worden tot alle personeelscategorieën.
Er wordt een vakbondsafvaardiging opgericht wanneer een of meerdere representatieve werknemersorganisaties die cao nr. 5 [3] ondertekend hebben dat aanvragen bij de werkgever [4].

Andere uitvoeringsmodaliteiten

De andere uitvoeringsmodaliteiten voor de oprichting en samenstelling worden aangevuld door de paritaire subcomités, en cao nr. 5 vermeldt deze punten :
• het minimum aantal tewerkgestelde personeelsleden dat nodig is opdat een syndicale afvaardiging ingesteld moet worden ;
• in voorkomend geval, het minimum aantal aanvragen vanwege de werknemers dat de oprichting van een syndicale afvaardiging in de onderneming verantwoordt ;
• de getalsterkte van de vakbondsafvaardiging ;
• de wijze van benoeming : aanduiding of verkiezing ;
• de voorwaarden voor verkiezing en verkiesbaarheid ;
• de vertegenwoordiging van de verschillende personeelscategorieën ;
• de duur van het mandaat ;
• de voorwaarden bij einde van het mandaat ;
• de coördinatie tussen de afgevaardigden van de verschillende uitbatingszetels.

Voorwaarden voor de oprichting van een vakbondsafvaardiging

Cao nr. 5 is een kaderovereenkomst. Ze verplicht niet om een vakbondsafvaardiging op te richten. Sectorale cao’s kunnen daar echter wel toe verplichten. Er zijn dus twee gevallen :
I. Paritaire comités zonder cao over vakbondsafvaardiging
Werkgevers die van die paritaire comités afhangen, zijn niet verplicht om de oprichting van een vakbondsafvaardiging te aanvaarden
II. Paritaire comités met cao over vakbondsafvaardiging
1. Als de cao niet bij koninklijk besluit verplicht gemaakt werd
Werkgevers van die paritaire comités die onder het toepassingsgebied van de cao vallen en die lid zijn van een werkgeversorganisatie die de cao ondertekend heeft, zijn verplicht de oprichting van een vakbondsafvaardiging te aanvaarden als alle voorwaarden van de cao voldaan zijn.
2. Als de cao bij koninklijk besluit verplicht gemaakt werd
Werkgevers van die paritaire comités die onder het toepassingsgebied van de cao vallen, moeten de oprichting van een vakbondsafvaardiging aanvaarden als alle voorwaarden van de cao voldaan zijn.

Bescherming en faciliteiten

De sectorale overeenkomsten bepalen in hoeverre vakbondsafgevaardigden beschermd zijn en welke faciliteiten hen toegekend worden. Het mandaat mag in geen enkel geval speciale nadelen of voordelen met zich meebrengen. De afgevaardigden mogen niet ontslagen worden om redenen die met hun mandaat te maken hebben en ze krijgen faciliteiten om hun mandaat uit te oefenen : bijvoorbeeld tijd tijdens de werkuren of de mogelijkheid om vakbondsopleidingen te volgen.

De bevoegdheden van de vakbondsafvaardiging

Volgens cao nr. 5 bestaan de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de vakbondsafvaardiging uit :
• de arbeidsverhoudingen ;
• de onderhandelingen om plaatselijke collectieve arbeidsovereenkomsten te sluiten ;
• de toepassing in het bedrijf van de sociale wetgeving (arbeidsovereenkomsten en arbeidsreglement, enz.) ;
• de mogelijkheid te worden gehoord bij (risico’s op) geschillen of betwistingen van collectieve aard ;
• de werknemers bijstaan bij individuele klachten ;
• recht op voorafgaande informatie over veranderingen die de arbeidsvoorwaarden of -gewoonten en de bezoldigingsvoorwaarden kunnen wijzigen ;
• de taken van de ondernemingsraad en/of het comité voor preventie en bescherming op het werk opnemen wanneer die niet voorhanden zijn.

Als er geen OR of CPBW is, is de vakbondsafvaardiging bevoegd voor de volgende zaken :

• Als er geen CPBW is :
De wet van 4 augustus 1996 bepaalt dat de VA [5] , als er geen CPBW is, ingelicht en geraadpleegd moet worden over alle aangelegenheden die onder de bevoegdheid van het CPBW vallen (cf. fiche 3.4) en onder andere de volgende opdrachten vervult :
-  adviezen verstrekken en voorstellen formuleren over het welzijnsbeleid, het globaal preventieplan en het jaaractieplan ;
-  meewerken aan de opsporing en beoordeling van risico’s ;
-  meehelpen om een preventiebeleid op te stellen ;
-  maatregelen uitwerken voor het onthaal van werknemers en de informatie (en opleiding) die ze krijgen over preventie ;
-  de activiteiten van de IDPB en de EDPB opvolgen ;
-  ervoor zorgen dat het gezondheidstoezicht op werknemers goed uitgevoerd wordt ;
-  in geval van problemen een beroep doen op de arbeidsinspectie ;
-  adviezen verstrekken en voorstellen formuleren over de arbeidsplaats (verwarming, sociale ruimtes, enz.) ;
-  zorgen voor de kwaliteit van de binnen- en buitenomgeving ;
-  zich inzetten voor de preventie van psychosociale risico’s op het werk (stress, geweld, pesterijen en seksuele intimidatie) ;
-  advies verstrekken over de risico’s bij de invoering van nieuwe arbeidsmiddelen of nieuwe technologieën ;
-  informatie ontvangen en voorlopig advies verstrekken over de preventiemaatregelen voor alcohol- en drugsgebruik.

• Als er geen OR is :
Als er geen ondernemingsraad is, kan de VA een paar van diens bevoegdheden overnemen, vooral met betrekking tot :
-  informatie over de algemene vooruitzichten van de organisatie en de gevolgen daarvan voor de werkgelegenheid, en over beslissingen die de organisatie van het werk aanzienlijk kunnen wijzigen (bv. : een fusie, overname) ;
-  sluiting, collectief ontslag en outplacement ;
-  gelijke kansen voor mannen en vrouwen ;
-  de sociale balans ;
-  maatregelen voor tewerkstelling (bv. : maatregelen gericht op jonge of oudere werknemers, arbeidstijdvermindering, tijdkrediet, werk-opleidingsovereenkomsten, sociale Maribel, Tandemplan, enz.) ;
-  aanvragen voor brugpensioen (en eventuele vervanging daarvan) ;
-  nieuwe technologieën ;
-  de opstelling van en wijzigingen aan het arbeidsreglement ;
-  educatief verlof ;
-  enz.

De intercentra vakbondsafvaardiging

Een aantal sectoren van de non-profitsector hebben, bijvoorbeeld in Brussel of Wallonië, een vakbondsafvaardiging voorzien voor meerdere verenigde werkgevers. De cao’s die ze opgericht hebben, kunnen al dan niet verplicht zijn bij koninklijk besluit. Zie tabel hieronder.

Collectieve overeenkomsten over vakbondsafvaardigingen in de non-profitsector

PNG - 42.7 ko

PNG - 16.1 ko

JPEG - 25 ko

[1Cao nr. 5 van 24 mei 1971, gewijzigd bij cao nr. 5 bis van 30 juni 1971, nr. 5 ter van 21 december 1978, en 5 quater van 5 oktober 2011.
www.cnt-nar.be.

[2Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), de erkende nationale middenstandsorganisaties, de Boerenbond, de Fédération nationale
des unions professionnelles agricoles, de Alliance agricole belge.

[3ACV, ACLVB en ABVV.

[4Zie ook de brochure van het "Fonds social MAE" : "Toute la palette du dialogue social" www.apefasbl.org

[5Art. 52 van de welzijnswet en art. I.1-3 14° van de codex over het welzijn op het werk