Fiche 3.2.4. Bedrijfscategorieën en opleiding van de preventieadviseur.

De opleiding van de preventieadviseur hangt af van de omvang van de organisatie.

Klik hier voor Fiche 3.2.4. in PDF

De wet bepaalt, afhankelijk van de risico’s en het aantal werknemers, vier bedrijfscategorieën :

  • Groep A : bedrijven met meer dan 1.000 werknemers (of 500/200/50 werknemers afhankelijk van het risiconiveau van de industriële activiteit) ;
  • Groep B : bedrijven met tussen 200 en 1.000 werknemers, die niet tot groep A behoren (of bedrijven met tussen 100 en 200/50 en 200/20 en 50 werknemers, afhankelijk van het risiconiveau van de industriële activiteit (idem groep A ) ;
  • Groep C : bedrijven met minder dan 200 werknemers (die niet tot groep A of B behoren), met inbegrip van bedrijven met minder dan 20 werknemers waar de werkgever niet de opdracht van preventieadviseur vervult
  • Groep D : bedrijven met minder dan 20 werknemers, waar de werkgever zelf de functie van preventieadviseur vervult.

Alle bedrijven moeten een interne dienst oprichten die belast is met preventie en bescherming op het werk (IDPB) en die geleid wordt door (ten minste) een preventieadviseur. In instellingen met minder dan 20 werknemers mag de werkgever die functie zelf op zich nemen. Vanaf 20 werknemers, moet er een preventieadviseur zijn die niet de werkgever is.

De minimale opleiding van de preventieadviseur hangt af van de bedrijfscategorie. Basiskennis over welzijn op het werk volstaat voor preventieadviseurs van groep C en D.

PNG - 36.5 ko

In de non-profitsector

Er zijn verenigingen van elke categorie, hoewel er minder tot groep A en B behoren. Vergeet niet dat grote vzw’s soms verschillende erkenningen groeperen, die verspreid kunnen zijn en TBE’s vormen : Technische BedrijfsEenheden. Elke TBE moet dan, afhankelijk van de omvang ervan, een PA hebben.
-  Verenigingen van groep A (bv. : ziekenhuizen) moeten een PA niveau 1 hebben en andere PAs niveau II.
-  Organisaties met tussen 200 en 1.000 werknemers (bv. : diensten voor gezinshulp, maatwerkbedrijven, centra voor opvang en huisvesting van mensen met een handicap) vallen onder groep B en moeten een preventieadviseur niveau II hebben.
-  Verenigingen van groep C en D met minder dan 200 werknemers moeten niet verplicht een preventieadviseur niveau 2 of 1 hebben, maar wel iemand met "basiskennis". Taken die buiten de vaardigheden van de preventieadviseur vallen, moeten daarom uitbesteed worden. Werkgevers van groep C en D die geen preventieadviseur niveau 1 of 2 hebben, moeten opdrachten in verband met de risicoanalyse en bepaalde onderzoeken over arbeidsongevallen altijd laten uitvoeren door hun externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. In het identificatiedocument [1] moet vermeld worden hoe de opdrachten van de interne en externe preventieadviseurs [2] verdeeld zijn.

Opleidingen Preventieadviseur

Basiskennis (ook wel "niveau 3" genoemd)
De wet vraagt dat de PA’s van bepaalde bedrijfscategorieën "basiskennis" hebben, maar verplicht ze niet om deze of gene opleiding te volgen. Waaruit die basiskennis bestaat, wordt omschreven in art. II.1-20 van de codex over het welzijn op het werk.
Die PA’s kunnen zich echter het beste informeren en een opleiding volgen, en eventueel het attest "basisopleiding" van 40 uur behalen, dat erkend is door de FOD WASO (volgens hoofdstuk IV van boek II, titel 4 van de codex over het welzijn op het werk).

Opleidingen worden georganiseerd door inrichtingen voor het onderwijs voor sociale promotie, EDPB’s, de bedrijven zelf of hun paritaire fondsen, of door overheidsinstellingen voor hun eigen werknemers.
In de non-profitsector organiseren en betalen de paritaire sociale fondsen [3] opleidingen over welzijn. Naargelang het thema en de duur daarvan zijn de verstrekkers vzw’s, inrichtingen voor sociale promotie, EDPB’s enz.).
Een groot deel van die opleidingen (ook als ze een attest afleveren) zijn opgenomen in de catalogus FORMAPEF en zijn gratis toegankelijk voor de werknemers van PC 319, 327, 329 en 332.

De opleidingen voor niveau I en II zijn wettelijk omschreven en moeten erkend zijn door de minister van Werkgelegenheid.

Niveau II :
Opleidingen van niveau II worden door EDPB’s of inrichtingen voor sociale promotie georganiseerd voor mensen die minstens een Diploma Secundair Onderwijs hebben. Ze bestaan uit twee modules van in totaal 210 uur : een multidisciplinaire basisopleiding van 120 uur en een multidisciplinaire specialisatie van 90 uur.


Niveau I :
Opleidingen van niveau I worden georganiseerd door universiteiten of hogescholen van universitair niveau en zijn toegankelijk voor academici en voor preventieadviseurs niveau II met 5 jaar ervaring.
Om de titel te verwerven moet men 2 modules van in totaal 400 uur gevolgd hebben : de multidisciplinaire basisopleiding van 120 uur en de multidisciplinaire specialisatie van 280 uur.

Alle preventieadviseurs moeten verplicht elk jaar drie dagen bijscholing volgen.
Zo blijven ze op de hoogte van wijzigingen in de wetgeving over welzijn op het werk en over de relevante wetenschappelijke en technologische vooruitgang.

[1Fiche 3.2.1. Identificatie van de IDPB

[2Fiche 3.3.1. Taakverdeling tussen IDPB en EDPB

[3Zie www.apefasbl.org voor PSC 318.1, 319.2, 327.2, 329.2
en 329.3 en PC 332, en www.fe-bi.org voor PC 330